
Kerkgang in Ridderkerk
AlgemeenRIDDERKERK - Er is een lied uit de 19e eeuw waarin wordt gezongen over de vroege zondagochtend: Als de dag met gouden glans, zondags aanlicht aan de trans, geen gedruis de stilte breekt, en verderop vertelt het lied over de mensen die ter kerke gaan: trekt op om naar Gods huis te gaan, oud en jong het feestkleed aan.
Rubriek Stichting Oud Ridderkerk
Het lied zou geschreven kunnen zijn voor het oude Ridderkerk. Een stilte waar je nu jaloers op zou kunnen worden. Nauwelijks verkeer. Je hoorde alleen de voetstappen van de kerkgangers. En dat waren er in die tijd in Ridderkerk veel, want kerk en godsdienst werden in deze regio ernstig genomen.. Evenals de oudtestamentische sabbatsregels. Vandaar dat de meesten te voet naar de kerk gingen omdat er verdeeldheid was over de vraag of fietsen op zondag aanvaardbaar was. En het feestkleed waarover het lied spreekt moet gelezen worden als het aantrekken van je beste kleren, waarbij zwart dominant was om de ernst van de zondagse kerkgang uit te drukken.
Ieder ging naar zijn eigen kerk en die waren er in dit dorp zo rond 1950 al heel wat. Het was niet een kwestie van afstand vanaf je huis. Als het nodig was liep men heel ver. Mensen die een andere kant opliepen werden nauwelijks of helemaal niet gegroet. Dat was al zo vanaf 1886 toen de kerksplitsing die men de Doleantie noemde de oude hervormde kerk in tweeën had gescheurd. De groep die zich had aangesloten bij Abraham Kuyper noemde zich de gereformeerde kerk. Die scheuring greep diep in bij de velen die de oude hervormde kerk lief was. Vriendschappen werden verbroken en families verscheurd. De gevolgen waren tot in het dagelijks leven merkbaar. Je wilde niet meer je boodschappen doen in de winkel van mensen die de scheuring op hun geweten hadden en in de tijd van kleine winkeltjes ontstonden zo de hervormde bakker en de gereformeerde slager. Dat was een eenvoudige keus voor iedereen. Moeilijker was het bij de keuze van een school voor je kinderen. Eensgezind koos men voor een christelijke school, maar de vraag was welke. Die christelijke school was aanvankelijk stevig in handen geweest van de hervormden totdat in 1921 de Kuyperschool was verschenen. Die was officieel algemeen christelijk, maar iedereen wist dat daar de gereformeerden aan de touwtjes trokken. Zij benoemden het personeel en dat waren tot in de jaren vijftig uitsluitend mensen van hun eigen kerk. En zij hadden een sterke troef in handen: hun school had een ULO-afdeling, dat hadden de hervormden niet zodat velen van hen toch voor de Kuyperschool kozen. Voor kerkgangers was de keuze op zondag groot. Er was al sinds jaar en dag ook een kerk van de Gereformeerde Gemeenten (niet te verwarren met de gereformeerde kerk) en een Oud-Gereformeerde kerk. En aan het eind van 1944 had zich een nieuwe groep gevormd die zich de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerk noemde. Toen Ridderkerk in de jaren vijftig sterk uitbreidde met mensen van ver buiten de gemeente hadden die vaak moeite om dit allemaal te begrijpen. Voor de echte Ridderkerker was het allemaal gesneden koek. Ook toen zich een meer vrijzinnige kerk meldde in Slikkerveer. Het aantal katholieken bleef in dit reformatorische dorp ondanks twee kerkgebouwen en een eigen lagere school beperkt. Dit verhaal sluit rond 1970, nog voordat in 2004 een nieuwe splitsing Ridderkerk opschrikte.
Jan Sintemaartensdijk

















