
En dan die maandag...
Algemeenrubriek Stichting Oud Ridderkerk
Er is een oud liedje dat de dagen van de week bezingt. Zondag de kerkdag, maandag de wasdag, dinsdag de strijkdag en zo door tot het zaterdag centendag was. Het refrein was steeds: ‘Vrolijk zullen we altijd wezen’. Het aardige was dat de tekst voor de meeste mensen vrijwel klopte. Ook die zaterdag met zijn centjes. Arbeiders kregen geen maandloon, dat ging per week. Contant, in een loonzakje.
Die maandag klopte voor de meeste mensen ook. Ik herinner me dat mijn vader op maandag extra vroeg opstond. Dan vulde hij in de keuken de wasketel bij de enige kraan die we in huis hadden. Uiteraard met koud water. Dan zette hij de ketel op het gasstel. Vervolgens rolde hij vanuit ons schuurtje de wasmachine naar buiten. Wij hadden voor die tijd betrekkelijk moderne spullen. Mijn moeder hoefde niet meer aan de slag achter een teil of een kuip om op een wasplank te gaan wrijven en boenen met de groene zeep die ze altijd gebruikte. Overigens zag ik laatst tot mijn verbazing op internet dat er nog altijd wasplanken verkocht worden. Nee, wij hadden een echte wasmachine. Let wel, die leek in niets op de automaten die we tegenwoordig hebben. Het was een soort houten tobbe op poten met wieltjes. Onderop stond een forse elektromotor. Een drijfriem aan de zijkant bracht de draaiende beweging over op de machinerie in de kuip van het apparaat. Ik herinner me zelfs het merk van de machine: een Velo. Dat heb ik altijd onthouden omdat die vrij dicht bij huis werd geproduceerd en de meeste Ridderkerkers ook precies wisten waar die fabriek stond, namelijk aan de Oude Maas in Barendrecht. Als je naar de Hoekse Waard wilde fietsen kwam je er altijd langs.
Dat het wasdag was kon je ook in Ridderkerk niet ontgaan. Bij elk huis waren buiten wel ergens waslijnen en eigenlijk zag het er op maandagmiddag bijna feestelijk uit. Het was een dorp vol wapperende kleding in allerlei kleuren die door het hele dorp te drogen hingen. En dan was er nog iets waarvan ik me afvraag of zoiets nog bestaat. En of iedereen nog wel weet wat een bleek was, dat stukje tuin met kortgeknipt gras waar op maandagmiddag het witte textiel helemaal uitgevouwen werd neergelegd, lakens, kussenslopen en wat er verder wit was. Tegen het donker zag je altijd vrouwen het goed haastig binnen halen, zeker als de bleek niet ver van bomen stond. Je wist immers nooit of je voor niets gewassen had met vogels in de buurt. Maar het werk voor de huisvrouw zat er dan nog lang niet op. Van buitenaf minder zichtbaar, maar zeker zo arbeidsintensief was het werk van de dinsdag als er gestreken moest worden. Dat bleef tijdrovend, ook al was daar in mijn jeugd al wat vooruitgang geboekt. Tenminste mijn moeder was al in het bezit van een elektrisch strijkijzer.
Nog even terugkomen op die maandag als wasdag. Laat daar geen misverstand over bestaan. Het wassen slaat op kleding en dergelijke. Niet op het eigen lichaam. Daarvoor hadden de meesten de vrijdag uitgekozen, Dan werd de teil neergezet en water op het gas. Een man vertelde me dat hij twee broertjes had en dat ze om beurten als eersten er in mochten. Dan was het water nog schoon. Inmiddels wassen we ons vaker, ook al zijn er beperkingen op komst. Wie had er ooit gedacht dat aan het nemen van een douche een fors prijskaartje zou komen te hangen.
Jan Sintemaartensdijk

















