
Schooltijd
AlgemeenAls ik terugkijk op mijn eigen schooltijd merk ik dat we vroeger maar weinig hulpmiddelen hadden om alles duidelijk te maken. We hadden voor de klas een bord met de bijbehorende krijtjes. Verder waren er wandplaten zoals voor geschiedenis.
rubriek Stichting Oud Ridderkerk
Ik herinner me die met de Noormannen bij Dorestad en die van Luther op de Rijksdag in Worms. En uiteraard hadden we landkaarten die opgerold in de leermiddelenkast hingen, alle provincies netjes naast elkaar. En al die rode stippen erop waren de plaatsen die je uit het hoofd moest kennen. Je leerde ze door ze in een rijtje met de hele klas op te dreunen: Groningen, Zuidhorn, Grijpskerk etc. Plaatsen die volkomen onbekend waren en zo ver weg dat ik toen dacht dat ik daar wel nooit zou komen. Maar je dreunde braaf mee en ik herinner me dat we dat best gezellig vonden.
Wij waren nog ver verwijderd van beeldschermen en dergelijke. Wel hadden we een filmprojector, uiteraard nog zonder geluid. Films om te vertonen hadden we ook niet, maar elke maand kwam er eentje van de Onderwijsfilm. Ergens vonden we dat al geweldig, die zwijgende beelden op het doek. Voor velen was het de eerste keer dat ze film zagen, maar erg amusant was het niet. Sommige jongens hadden wel eens een film van Dik en Dun gezien en vertelden daar enthousiast over. Helaas leken onze films daar van geen kanten op. Ik herinner me de titel Van koren tot brood en vanaf het doodstille scherm zag je wagens met korenschoven naar de molen rijden en uiteindelijk de bakker aan het werk. Erg spannend was het niet, hoewel onze jonge meester er nog wel wat van maakte voor ons. Die projector kon iets wat we bijna vergeten zijn, namelijk achteruit draaien. En dus liet de film zien hoe op het eind er jongens brood zaten te eten en achteruit gedraaid weer alles uit hun mond lieten komen.
Ik heb goede herinneringen aan die onderwijzer waar ik aan terugdacht toen ik later zelf voor de klas stond. En wat me daarbij te binnen schiet is het voorlezen. Daar waren de kinderen dol op, maar ik deed dat alleen op het laatste uur van de week. Dan denk ik weer aan de schrijver W.G. van de Hulst. Gezien zijn achtergrond was die het meest geliefd op de Christelijke scholen maar hij werd door iedereen geroemd als verteller. Van zijn boeken zijn er maar liefst 11 miljoen verkocht. Voor de kleinsten schreef hij boekjes als Van Bob en Bep en Brammetje of Het gat in de heg, later voor de groteren boeken als Peerke en zijn kameraden. Een paar jaren geleden was er in onze Oudheidkamer een tentoonstelling van zijn boeken. Ik heb nog staan bladeren in Jaap Holm en ik herinnerde me dat ik dat aan mijn klas voorlas. Zeker het hoofdstuk waarin de twee vrienden ‘s avonds laat door een donker bos moesten. Dan ging je als meester al heel zacht praten. Vakkundig laat de schrijver de kinderen dan al enigszins angstig worden door midden in hun eigen gesprek te vertellen hoe ze iets achter zich hoorden. En verderop: ‘Hoorden ze daar nou een tak kraken?’. Iedereen voelde dat er iets mis was. Een meesterverteller dankzij wie mijn klas doodstil en roerloos luisterde. Zelfs overkwam mij iets zeldzaams. Toen het tijd was om naar huis te gaan was het hoofdstuk nog niet uit en ze smeekten mij om door te gaan tot die jongens uit dat enge bos waren. Ach, waarom niet, er stonden in die tijd toch geen ouders in auto’s buiten te wachten.
Jan Sintemaartensdijk

















