De vrienden Arie de Waard, Teun Rijsdijk en Arnold Monster voor de Singelkerk.
De vrienden Arie de Waard, Teun Rijsdijk en Arnold Monster voor de Singelkerk.

Terug in de tijd met Stichting Oud Ridderkerk

Lopen, fietsen, brommen

De eerste tien jaren van mijn leven heb ik ‘pedes apostolorum’, te voet dus, afgedaan. Geld voor een fiets was er niet en je wist niet beter. Wij liepen naar school, best ver vanaf het einde van de Kerkweg, wat eerst nog Mauritsweg heette, naar Patrimonium waar de Kuyperschool was.
Als we ergens naar toe moesten zat ik bij mijn vader op de bagagedrager van zijn fiets, als je naar Rotterdam ging moest er een ruggensteuntje op dat mijn vader van plankjes maakte.

Later zat ik wel eens achterop de bakfiets met Victoria hulpmotor waar hij op reed om de bestellingen van slagerij Bol rond te brengen. Lekker tegen die leren jas aan met je wang terwijl de wind om je oren suisde en de motor gezellig ronkte. Wel uitkijken met je been omdat de knalpijp, of uitlaat, erg warm kon worden. Voorin de bak was nog leuker maar dat kon alleen als je erg klein was.

Op weg naar school deden we soms spelletjes. Zo mocht je als de zon scheen b.v. alleen maar op schaduw trappen wat de weg naar school aanzienlijk verlengde. Een andere weg dan de gebruikelijke was niet aan de orde, dat kon soms wel eens link zijn.

Eerste fiets

Mijn eerste fiets was een BENZO nieuw gekocht bij van Pelt aan de Kerkweg. Benzo was een afkorting van Bakker en Zonen een fietsenfabriek in Vlaardingen. Fietsen in de goedkopere klasse. De fietsenzaak van van Pelt lag ruwweg tussen Bakker de Looze en Drukkerij Den Hoed tegenover ‘het buurtje met de doorntjes’.

Achterom naar een werkplaatsje waar van Pelt, een gezellige dikke man met altijd een stompje sigaar, met zijn zoon fietsen zat te repareren. Op de voorgevel stond; ‘J. van Pelt en Zn. Rijwielhandel’ en ik heb lang gedacht dat daar ‘J. van Pelt en z’n rijwielhandel’ stond. Die fiets was op de groei gekocht dus werden er houten blokken op de trappers gemonteerd.

Het probleem in het begin was dat ik mijn korte beentjes niet over die stang kon krijgen en dus altijd een opstapje nodig had. Thuis lukte dat wel, ik ging voor het huis op het muurtje staan en sloeg mijn been over de stang. Onverwacht afstappen was er niet bij, ik ben ook verschillende keren omgevallen.

Mijn fiets had een open kettingkast, geen probleem als ik een korte broek droeg. Maar als ik na schooltijd mijn ketelpak aandeed ging de lange rechter pijp wel eens tussen de ketting en het tandwiel. Je kon dan bijna niet meer remmen en ik ben zo wel eens bijna de wetering langs de Oudelandseweg ingereden. Bovendien zaten er dan kleine gaatjes in je broekspijp en olie. Deze fiets heb ik vele jaren gehad.

Teun Rijsdijk