Aandacht voor het spel en de knikkers
Aandacht voor het spel en de knikkers

WIE STUTEREN LEST

Algemeen

rubriek Stichting Oud Ridderkerk

Als u niet in Ridderkerk geboren bent zult u bij het lezen van dit opschrift misschien denken: ‘Waar gaat dit over, is die man wel goed bij zijn hoofd?’

Dat laatste mag u zelf bepalen maar in het Bijbelboek Prediker staat dat er voor alles een tijd is. Ook in onze jeugd was dat zo. Zo had je b.v. tollentijd. Opeens liep iedereen, meestal in het voorjaar, met een tol en een stokje met een touwtje eraan over straat te zoeken naar een geschikt putje, meestal een straatsteen waar een hoekje vanaf was zodat er een zacht stukje grond was waar je de metalen punt van de tol in kon steken.
De kunst was om de tol draaiende te krijgen. Daarvoor wikkelde je het touwtje een paar keer om de tol om hem met rukje uit het putje te trekken in de hoop dat hij ook draaide. Meestal lukte dat waarna je door steeds een klap met het touwtje tegen de steel van de tol hem aan het draaien moest houden.

Je kon ook de tol in je hand houden, het touwtje eromheen wikkelen en de tol met het stokje te lanceren. Ik was daar niet zo bedreven in. Je moest dat wel voorzichtig doen want ik heb het wel eens meegemaakt dat een tol op deze manier door een ruit vloog.

Sommige kinderen maakten met krijt of iets anders een tekening boven op de tol waardoor tijdens het draaien een mooi kleurtje ontstond.

Knikkertijd was ook zoiets, zo deed niemand het en zo had iedereen knikkers en stuiters vaak in een door je moeder gemaakt zakje dat je aan de bovenkant met een touwtje dicht kon rijgen, een zgn.’stikkezakje.’

Als je met iemand wilde knikkeren riep je: ‘Wie stuteren, lest.’ Met ‘stuteren’ bedoelden wij knikkeren en dat ‘lest’ sloeg op de wens om als laatste aan de beurt te mogen komen want dan kon je precies zien waar de andere knikkers lagen en was het gemakkelijker om te winnen. Voor knikkeren moest je wel een putje of kuiltje in het plaveisel hebben. Meestal in het trottoir, midden op straat was niet zo handig omdat er wel eens een auto of fiets voorbij kwam. Niet zo vaak maar zo af en toe kon het toch wel gebeuren.

Je had knikkers, die meestal van gelakt aardewerk waren en stuiters van glas, soms met een mooie vlam erin verwerkt..

Een stuiter was tien knikkers waard. Knikkers waren heel goedkoop en gemaakt van gebakken aardewerk maar als je ze op een stenen ondergrond liet vallen konden ze zomaar in twee helften eindigen.

Je had bij knikkeren allerlei dwaze kreten zoals; ‘Hardgoois’ dan werd je geacht hard te gooien. Het tegendeel was, u raadt het al, ‘zachtgoois’. Ook werd er ‘lijntreks’ geroepen maar wat daarvan de bedoeling was weet ik niet meer. 

Wij hadden thuis weinig geld en dus heb ik het nooit veel verder gebracht dan die gebakken kleiknikkers. Eerlijk gezegd was ik niet zo’n knikkeraar, ik liep liever rond met een zelfgemaakte pijl en boog, een katapult of ander oorlogszuchtig tuig.

Uit pacifistisch oogpunt niet goed, ik weet het, maar dank zij mijn leeftijd zijn mijn agressieve neigingen inmiddels tot rust gekomen.

Teun Rijsdijk

Meer informatie
Met de huidige wisseltentoonstelling in de Oudheidkamer wordt de vroegere B.B. (Bescherming Bevolking) belicht. Deze expositie, die te zien is tot 29 oktober, is opgezet in samenwerking met de stichting Cultureel Erfgoed Koude Oorlog,

De Oudheidkamer is op woensdag t/m zaterdag geopend van 13.30 tot 16.30 uur. Adres: Kerksingel 26, 2981 EH Ridderkerk.
Entree: gratis.

Bezoek onze website: www.oudridderkerk.nl. Hier vindt u onder meer onze fotodatabase, foto’s uit het gemeentearchief en kunt u oude Combinaties raadplegen.

Advertenties uit de krant