
Olienoten pellen
AlgemeenOp zaterdagavond ging vroeger bij ons thuis vaak het kleed van tafel. De Rotterdammer (krant) werd uitgespreid en wij gingen pinda’s, wij zeiden ‘olienoten’, pellen. Iedereen kreeg er evenveel en als je naar toilet moest, kon je ze beter maar even tellen.
rubriek Stichting Oud Ridderkerk
’s Middags aten wij warm, mijn vader was slagersknecht en kwam tussen de middag thuis met een transportfiets met Victoria hulpmotor die op het achterwiel gemonteerd zat. Gevaarlijk als je op de bagagedrager zat want die knalpijp kon loeiheet worden na een stukje rijden. Op zondagavond werd de was in de bijkeuken in een bus op het vierpits peteroliestel gezet want maandag was het wasdag. Eigenlijk mocht dat niet want het was nog zondag en leek dit niet op werken? Misschien was dit wel het begin van het verval van de Gereformeerde kerk. Tussen de keuken en het schuurtje was een waslijn gespannen en als je met de fiets naar school ging moest je met fiets en al onder de natte lakens aan de drooglijn door kruipen om naar school te gaan. Als het regende hing de was op een rekje voor de kachel wat een typische geur in huis gaf.
Eén van mijn zusters heeft ‘gekuurd’, zoals dat genoemd werd. Omdat ze een vlekje op haar longen had moest ze, ik denk wel een jaar, op bed liggen in de voorkamer. Iedereen zwaaide aan haar. Mijn vader bracht elke dag een stuk biefstuk voor haar mee, maar meestal at ze het niet op omdat ze het niet zo had op bloederig vlees. Maar wij lustten het wel. Vanwege dat vlekje moesten wij met het hele gezin elk half jaar naar ‘de Baan’ zoals wij zeiden. Dat was een gezondheidscentrum aan de Baan in Rotterdam, om er een longfoto te laten maken.
Bij mijn vader thuis, lang daarvoor, hadden ze ook een leuke gewoonte: Als de kinderen, op vrijdag of zaterdag in de teil geweest waren werden, na het weer aankleden, hun haren ingezeept met groene zeep waarna ze naar buiten gestuurd werden om te gaan spelen. Als dan na een half uur de zeep er goed ingetrokken was moesten ze weer binnenkomen om de zeep eruit te spoelen. Leuk gezicht moet dat geweest zijn. Jammer dat daar nooit foto’s van gemaakt zijn.
Een van mijn twee zonen kwam eens thuis met een schoolrapport waar een onderwijzer in opperste frustratie onder aan de cijferlijst geschreven had: ‘ Uw zoon….zal NOOIT het laatste woord uit handen geven.’ Toen ik dat ‘laatste woord’ las moest ik aan vroeger denken: Na het eten las mijn vader altijd een stuk uit de Bijbel en om te laten zien dat wij geluisterd hadden, moesten we dan het laatste woord herhalen. Dat ging bij mij vaak fout omdat ik nog wel eens aan wat anders zat te denken. Mijn vader dreigde dan met galg en rad maar dat vond ik een beetje overdreven. Om al dat gedoe voor te zijn keek ik vaak ’s middags als ik uit school kwam alvast in de Bijbel, bij die mooi geborduurde boekenlegger, wat ’s avonds het laatste woord zou zijn. Ook een slimme jongen is op zijn toekomst voorbereid.
Een paar jaar geleden hebben wij een ‘neven- en nichtendag van de Rijsdijk kant’ gehouden. Met aanhang, ruim vijftig mensen. Wij van de organisatie hadden kranten gespaard, het dagblad Trouw natuurlijk, en ‘s avonds werden die op de tafels uitgespreid en werden er grote zakken olienoten op gestort. En toen maar pellen en kleppen. En gezellig dat het was!!
Teun Rijsdijk















